De of het aartsbisdom?
Het aartsbisdom
Is het de of het aartsbisdom
In de Nederlandse taal gebruiken wij het aartsbisdom.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: archdiocese
Deutsch: Erzdiözese | Bekijk of het der of die Erzdiözese is.
Français: archidiocèse | Bekijk of het Le o La archidiocèse is.
Jou of jouw: jouw aartsbisdom
Buigings-e:
Mooi of mooie aartsbisdom
Groot of grote aartsbisdom
Half of halve aartsbisdom
Grappig of grappige aartsbisdom
Leeg of lege aartsbisdom
leuk of leuke aartsbisdom
Vet of vette aartsbisdom
Snel of snelle aartsbisdom
Wit of witte aartsbisdom
Klein of kleine aartsbisdom
Rood of rode aartsbisdom
Dik of dikke aartsbisdom
Oud of oude aartsbisdom
Goed of goede aartsbisdom
Wat rijmt er op aartsbisdom
Elk of elke: Elk aartsbisdom
Aanwijzend voornaamwoord: Dat aartsbisdom
Bezittelijk voornaamwoord: Ons aartsbisdom
Wat rijmt er op aartsbisdom
Buigings-e:
Mooi of mooie aartsbisdom
Groot of grote aartsbisdom
Half of halve aartsbisdom
Grappig of grappige aartsbisdom
Leeg of lege aartsbisdom
leuk of leuke aartsbisdom
Vet of vette aartsbisdom
Snel of snelle aartsbisdom
Wit of witte aartsbisdom
Klein of kleine aartsbisdom
Rood of rode aartsbisdom
Dik of dikke aartsbisdom
Oud of oude aartsbisdom
Goed of goede aartsbisdom
Wat rijmt er op aartsbisdom
Elk of elke: Elk aartsbisdom
Aanwijzend voornaamwoord: Dat aartsbisdom
Bezittelijk voornaamwoord: Ons aartsbisdom
Wat rijmt er op aartsbisdom
Oefening van de dag