De of het antipode?
De antipode
Is het de of het antipode
In de Nederlandse taal gebruiken wij de antipode.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: antipode
Jou of jouw: jouw antipode
Buigings-e:
Mooi of mooie antipode
Groot of grote antipode
Half of halve antipode
Grappig of grappige antipode
Leeg of lege antipode
leuk of leuke antipode
Vet of vette antipode
Snel of snelle antipode
Wit of witte antipode
Klein of kleine antipode
Rood of rode antipode
Dik of dikke antipode
Oud of oude antipode
Goed of goede antipode
Wat rijmt er op antipode
Elk of elke: Elke antipode
Aanwijzend voornaamwoord: Die antipode
Bezittelijk voornaamwoord: Onze antipode
Wat rijmt er op antipode
Buigings-e:
Mooi of mooie antipode
Groot of grote antipode
Half of halve antipode
Grappig of grappige antipode
Leeg of lege antipode
leuk of leuke antipode
Vet of vette antipode
Snel of snelle antipode
Wit of witte antipode
Klein of kleine antipode
Rood of rode antipode
Dik of dikke antipode
Oud of oude antipode
Goed of goede antipode
Wat rijmt er op antipode
Elk of elke: Elke antipode
Aanwijzend voornaamwoord: Die antipode
Bezittelijk voornaamwoord: Onze antipode
Wat rijmt er op antipode
Oefening van de dag