De of het arbeidstijdverkorting?
De arbeidstijdverkorting
Is het de of het arbeidstijdverkorting
In de Nederlandse taal gebruiken wij de arbeidstijdverkorting.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: Reduction in working hours
Jou of jouw: jouw arbeidstijdverkorting
Buigings-e:
Mooi of mooie arbeidstijdverkorting
Groot of grote arbeidstijdverkorting
Half of halve arbeidstijdverkorting
Grappig of grappige arbeidstijdverkorting
Leeg of lege arbeidstijdverkorting
leuk of leuke arbeidstijdverkorting
Vet of vette arbeidstijdverkorting
Snel of snelle arbeidstijdverkorting
Wit of witte arbeidstijdverkorting
Klein of kleine arbeidstijdverkorting
Rood of rode arbeidstijdverkorting
Dik of dikke arbeidstijdverkorting
Oud of oude arbeidstijdverkorting
Goed of goede arbeidstijdverkorting
Wat rijmt er op arbeidstijdverkorting
Elk of elke: Elke arbeidstijdverkorting
Aanwijzend voornaamwoord: Die arbeidstijdverkorting
Bezittelijk voornaamwoord: Onze arbeidstijdverkorting
Wat rijmt er op arbeidstijdverkorting
Buigings-e:
Mooi of mooie arbeidstijdverkorting
Groot of grote arbeidstijdverkorting
Half of halve arbeidstijdverkorting
Grappig of grappige arbeidstijdverkorting
Leeg of lege arbeidstijdverkorting
leuk of leuke arbeidstijdverkorting
Vet of vette arbeidstijdverkorting
Snel of snelle arbeidstijdverkorting
Wit of witte arbeidstijdverkorting
Klein of kleine arbeidstijdverkorting
Rood of rode arbeidstijdverkorting
Dik of dikke arbeidstijdverkorting
Oud of oude arbeidstijdverkorting
Goed of goede arbeidstijdverkorting
Wat rijmt er op arbeidstijdverkorting
Elk of elke: Elke arbeidstijdverkorting
Aanwijzend voornaamwoord: Die arbeidstijdverkorting
Bezittelijk voornaamwoord: Onze arbeidstijdverkorting
Wat rijmt er op arbeidstijdverkorting
Oefening van de dag