De of het aspirientje?
Het aspirientje
Is het de of het aspirientje
In de Nederlandse taal gebruiken wij het aspirientje.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: aspirin
Deutsch: Aspirin | Bekijk of het der of die Aspirin is.
Français: aspirine | Bekijk of het Le o La aspirine is.
Jou of jouw: jouw aspirientje
Buigings-e:
Mooi of mooie aspirientje
Groot of grote aspirientje
Half of halve aspirientje
Grappig of grappige aspirientje
Leeg of lege aspirientje
leuk of leuke aspirientje
Vet of vette aspirientje
Snel of snelle aspirientje
Wit of witte aspirientje
Klein of kleine aspirientje
Rood of rode aspirientje
Dik of dikke aspirientje
Oud of oude aspirientje
Goed of goede aspirientje
Wat rijmt er op aspirientje
Elk of elke: Elk aspirientje
Aanwijzend voornaamwoord: Dat aspirientje
Bezittelijk voornaamwoord: Ons aspirientje
Wat rijmt er op aspirientje
Buigings-e:
Mooi of mooie aspirientje
Groot of grote aspirientje
Half of halve aspirientje
Grappig of grappige aspirientje
Leeg of lege aspirientje
leuk of leuke aspirientje
Vet of vette aspirientje
Snel of snelle aspirientje
Wit of witte aspirientje
Klein of kleine aspirientje
Rood of rode aspirientje
Dik of dikke aspirientje
Oud of oude aspirientje
Goed of goede aspirientje
Wat rijmt er op aspirientje
Elk of elke: Elk aspirientje
Aanwijzend voornaamwoord: Dat aspirientje
Bezittelijk voornaamwoord: Ons aspirientje
Wat rijmt er op aspirientje
Oefening van de dag