De of het beentje?
Het beentje
Is het de of het beentje
In de Nederlandse taal gebruiken wij het beentje.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: ossicle
Deutsch: Gehörknöchelchen | Bekijk of het der of die Gehörknöchelchen is.
Français: osselet | Bekijk of het Le o La osselet is.
Jou of jouw: jouw beentje
Buigings-e:
Mooi of mooie beentje
Groot of grote beentje
Half of halve beentje
Grappig of grappige beentje
Leeg of lege beentje
leuk of leuke beentje
Vet of vette beentje
Snel of snelle beentje
Wit of witte beentje
Klein of kleine beentje
Rood of rode beentje
Dik of dikke beentje
Oud of oude beentje
Goed of goede beentje
Wat rijmt er op beentje
Elk of elke: Elk beentje
Aanwijzend voornaamwoord: Dat beentje
Bezittelijk voornaamwoord: Ons beentje
Wat rijmt er op beentje
handwortelbeentje - middenhandsbeentje - buitebeentje -
Buigings-e:
Mooi of mooie beentje
Groot of grote beentje
Half of halve beentje
Grappig of grappige beentje
Leeg of lege beentje
leuk of leuke beentje
Vet of vette beentje
Snel of snelle beentje
Wit of witte beentje
Klein of kleine beentje
Rood of rode beentje
Dik of dikke beentje
Oud of oude beentje
Goed of goede beentje
Wat rijmt er op beentje
Elk of elke: Elk beentje
Aanwijzend voornaamwoord: Dat beentje
Bezittelijk voornaamwoord: Ons beentje
Wat rijmt er op beentje
handwortelbeentje - middenhandsbeentje - buitebeentje -
Oefening van de dag