De of het beglazing?
De beglazing
Is het de of het beglazing
In de Nederlandse taal gebruiken wij de beglazing.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: glazing
Deutsch: Verglasung | Bekijk of het der of die Verglasung is.
Français: vitrage | Bekijk of het Le o La vitrage is.
Jou of jouw: jouw beglazing
Buigings-e:
Mooi of mooie beglazing
Groot of grote beglazing
Half of halve beglazing
Grappig of grappige beglazing
Leeg of lege beglazing
leuk of leuke beglazing
Vet of vette beglazing
Snel of snelle beglazing
Wit of witte beglazing
Klein of kleine beglazing
Rood of rode beglazing
Dik of dikke beglazing
Oud of oude beglazing
Goed of goede beglazing
Wat rijmt er op beglazing
Elk of elke: Elke beglazing
Aanwijzend voornaamwoord: Die beglazing
Bezittelijk voornaamwoord: Onze beglazing
Wat rijmt er op beglazing
Buigings-e:
Mooi of mooie beglazing
Groot of grote beglazing
Half of halve beglazing
Grappig of grappige beglazing
Leeg of lege beglazing
leuk of leuke beglazing
Vet of vette beglazing
Snel of snelle beglazing
Wit of witte beglazing
Klein of kleine beglazing
Rood of rode beglazing
Dik of dikke beglazing
Oud of oude beglazing
Goed of goede beglazing
Wat rijmt er op beglazing
Elk of elke: Elke beglazing
Aanwijzend voornaamwoord: Die beglazing
Bezittelijk voornaamwoord: Onze beglazing
Wat rijmt er op beglazing
Oefening van de dag