De of het dakkapel?
De dakkapel
Is het de of het dakkapel
In de Nederlandse taal gebruiken wij de dakkapel.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
Bekijk hier de betekenis van dakkapel
Meervoud: dakkapellen
Deutsch: Dachgaube | Bekijk of het der of die Dachgaube is.
Français: lucarne | Bekijk of het Le o La lucarne is.
Jou of jouw: jouw dakkapel
Buigings-e:
Mooi of mooie dakkapel
Groot of grote dakkapel
Half of halve dakkapel
Grappig of grappige dakkapel
Leeg of lege dakkapel
leuk of leuke dakkapel
Vet of vette dakkapel
Snel of snelle dakkapel
Wit of witte dakkapel
Klein of kleine dakkapel
Rood of rode dakkapel
Dik of dikke dakkapel
Oud of oude dakkapel
Goed of goede dakkapel
Wat rijmt er op dakkapel
Elk of elke: Elke dakkapel
Aanwijzend voornaamwoord: Die dakkapel
Bezittelijk voornaamwoord: Onze dakkapel
Wat rijmt er op dakkapel
gebdakkapel -
Buigings-e:
Mooi of mooie dakkapel
Groot of grote dakkapel
Half of halve dakkapel
Grappig of grappige dakkapel
Leeg of lege dakkapel
leuk of leuke dakkapel
Vet of vette dakkapel
Snel of snelle dakkapel
Wit of witte dakkapel
Klein of kleine dakkapel
Rood of rode dakkapel
Dik of dikke dakkapel
Oud of oude dakkapel
Goed of goede dakkapel
Wat rijmt er op dakkapel
Elk of elke: Elke dakkapel
Aanwijzend voornaamwoord: Die dakkapel
Bezittelijk voornaamwoord: Onze dakkapel
Wat rijmt er op dakkapel
gebdakkapel -
Oefening van de dag