De of het data?
De data
Is het de of het data
In de Nederlandse taal gebruiken wij de data.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
Bekijk hier de betekenis van data
Meervoud: data
Deutsch: Termine | Bekijk of het der of die Termine is.
Français: dates | Bekijk of het Le o La dates is.
Jou of jouw: jouw data
Buigings-e:
Mooi of mooie data
Groot of grote data
Half of halve data
Grappig of grappige data
Leeg of lege data
leuk of leuke data
Vet of vette data
Snel of snelle data
Wit of witte data
Klein of kleine data
Rood of rode data
Dik of dikke data
Oud of oude data
Goed of goede data
Wat rijmt er op data
Elk of elke: Elke data
Aanwijzend voornaamwoord: Die data
Bezittelijk voornaamwoord: Onze data
Wat rijmt er op data
metadata - computerdata - viewdata -
Buigings-e:
Mooi of mooie data
Groot of grote data
Half of halve data
Grappig of grappige data
Leeg of lege data
leuk of leuke data
Vet of vette data
Snel of snelle data
Wit of witte data
Klein of kleine data
Rood of rode data
Dik of dikke data
Oud of oude data
Goed of goede data
Wat rijmt er op data
Elk of elke: Elke data
Aanwijzend voornaamwoord: Die data
Bezittelijk voornaamwoord: Onze data
Wat rijmt er op data
metadata - computerdata - viewdata -
Oefening van de dag