De of het dreigement?
Het dreigement
Is het de of het dreigement
In de Nederlandse taal gebruiken wij het dreigement.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: threat
Deutsch: Bedrohung | Bekijk of het der of die Bedrohung is.
Français: menace | Bekijk of het Le o La menace is.
Jou of jouw: jouw dreigement
Buigings-e:
Mooi of mooie dreigement
Groot of grote dreigement
Half of halve dreigement
Grappig of grappige dreigement
Leeg of lege dreigement
leuk of leuke dreigement
Vet of vette dreigement
Snel of snelle dreigement
Wit of witte dreigement
Klein of kleine dreigement
Rood of rode dreigement
Dik of dikke dreigement
Oud of oude dreigement
Goed of goede dreigement
Wat rijmt er op dreigement
Elk of elke: Elk dreigement
Aanwijzend voornaamwoord: Dat dreigement
Bezittelijk voornaamwoord: Ons dreigement
Wat rijmt er op dreigement
Buigings-e:
Mooi of mooie dreigement
Groot of grote dreigement
Half of halve dreigement
Grappig of grappige dreigement
Leeg of lege dreigement
leuk of leuke dreigement
Vet of vette dreigement
Snel of snelle dreigement
Wit of witte dreigement
Klein of kleine dreigement
Rood of rode dreigement
Dik of dikke dreigement
Oud of oude dreigement
Goed of goede dreigement
Wat rijmt er op dreigement
Elk of elke: Elk dreigement
Aanwijzend voornaamwoord: Dat dreigement
Bezittelijk voornaamwoord: Ons dreigement
Wat rijmt er op dreigement
Oefening van de dag