De of het duizeling?
De duizeling
Is het de of het duizeling
In de Nederlandse taal gebruiken wij de duizeling.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: dizziness
Deutsch: Schwindel | Bekijk of het der of die Schwindel is.
Français: le vertige | Bekijk of het Le o La le vertige is.
Jou of jouw: jouw duizeling
Buigings-e:
Mooi of mooie duizeling
Groot of grote duizeling
Half of halve duizeling
Grappig of grappige duizeling
Leeg of lege duizeling
leuk of leuke duizeling
Vet of vette duizeling
Snel of snelle duizeling
Wit of witte duizeling
Klein of kleine duizeling
Rood of rode duizeling
Dik of dikke duizeling
Oud of oude duizeling
Goed of goede duizeling
Wat rijmt er op duizeling
Elk of elke: Elke duizeling
Aanwijzend voornaamwoord: Die duizeling
Bezittelijk voornaamwoord: Onze duizeling
Wat rijmt er op duizeling
Buigings-e:
Mooi of mooie duizeling
Groot of grote duizeling
Half of halve duizeling
Grappig of grappige duizeling
Leeg of lege duizeling
leuk of leuke duizeling
Vet of vette duizeling
Snel of snelle duizeling
Wit of witte duizeling
Klein of kleine duizeling
Rood of rode duizeling
Dik of dikke duizeling
Oud of oude duizeling
Goed of goede duizeling
Wat rijmt er op duizeling
Elk of elke: Elke duizeling
Aanwijzend voornaamwoord: Die duizeling
Bezittelijk voornaamwoord: Onze duizeling
Wat rijmt er op duizeling
Oefening van de dag