De of het econoom?
De econoom
Is het de of het econoom
In de Nederlandse taal gebruiken wij de econoom.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
Econoom is mannelijk
English: economist
Deutsch: Wirtschaftswissenschaftler | Bekijk of het der of die Wirtschaftswissenschaftler is.
Français: économiste | Bekijk of het Le o La économiste is.
Jou of jouw: jouw econoom
Buigings-e:
Mooi of mooie econoom
Groot of grote econoom
Half of halve econoom
Grappig of grappige econoom
Leeg of lege econoom
leuk of leuke econoom
Vet of vette econoom
Snel of snelle econoom
Wit of witte econoom
Klein of kleine econoom
Rood of rode econoom
Dik of dikke econoom
Oud of oude econoom
Goed of goede econoom
Wat rijmt er op econoom
Elk of elke: Elke econoom
Aanwijzend voornaamwoord: Die econoom
Bezittelijk voornaamwoord: Onze econoom
Wat rijmt er op econoom
ontwikkelingseconoom -
Buigings-e:
Mooi of mooie econoom
Groot of grote econoom
Half of halve econoom
Grappig of grappige econoom
Leeg of lege econoom
leuk of leuke econoom
Vet of vette econoom
Snel of snelle econoom
Wit of witte econoom
Klein of kleine econoom
Rood of rode econoom
Dik of dikke econoom
Oud of oude econoom
Goed of goede econoom
Wat rijmt er op econoom
Elk of elke: Elke econoom
Aanwijzend voornaamwoord: Die econoom
Bezittelijk voornaamwoord: Onze econoom
Wat rijmt er op econoom
ontwikkelingseconoom -
Oefening van de dag