De of het eindresultaat?
Het eindresultaat
Is het de of het eindresultaat
In de Nederlandse taal gebruiken wij het eindresultaat.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: end result
Deutsch: Endergebnis | Bekijk of het der of die Endergebnis is.
Français: résultat final | Bekijk of het Le o La résultat final is.
Jou of jouw: jouw eindresultaat
Buigings-e:
Mooi of mooie eindresultaat
Groot of grote eindresultaat
Half of halve eindresultaat
Grappig of grappige eindresultaat
Leeg of lege eindresultaat
leuk of leuke eindresultaat
Vet of vette eindresultaat
Snel of snelle eindresultaat
Wit of witte eindresultaat
Klein of kleine eindresultaat
Rood of rode eindresultaat
Dik of dikke eindresultaat
Oud of oude eindresultaat
Goed of goede eindresultaat
Wat rijmt er op eindresultaat
Elk of elke: Elk eindresultaat
Aanwijzend voornaamwoord: Dat eindresultaat
Bezittelijk voornaamwoord: Ons eindresultaat
Wat rijmt er op eindresultaat
Buigings-e:
Mooi of mooie eindresultaat
Groot of grote eindresultaat
Half of halve eindresultaat
Grappig of grappige eindresultaat
Leeg of lege eindresultaat
leuk of leuke eindresultaat
Vet of vette eindresultaat
Snel of snelle eindresultaat
Wit of witte eindresultaat
Klein of kleine eindresultaat
Rood of rode eindresultaat
Dik of dikke eindresultaat
Oud of oude eindresultaat
Goed of goede eindresultaat
Wat rijmt er op eindresultaat
Elk of elke: Elk eindresultaat
Aanwijzend voornaamwoord: Dat eindresultaat
Bezittelijk voornaamwoord: Ons eindresultaat
Wat rijmt er op eindresultaat
Oefening van de dag