De of het engelsen?
De engelsen
Is het de of het engelsen
In de Nederlandse taal gebruiken wij de engelsen.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: Englishmen
Deutsch: Englisch | Bekijk of het der of die Englisch is.
Français: Anglais | Bekijk of het Le o La Anglais is.
Jou of jouw: jouw engelsen
Buigings-e:
Mooi of mooie engelsen
Groot of grote engelsen
Half of halve engelsen
Grappig of grappige engelsen
Leeg of lege engelsen
leuk of leuke engelsen
Vet of vette engelsen
Snel of snelle engelsen
Wit of witte engelsen
Klein of kleine engelsen
Rood of rode engelsen
Dik of dikke engelsen
Oud of oude engelsen
Goed of goede engelsen
Wat rijmt er op engelsen
Elk of elke: Elke engelsen
Aanwijzend voornaamwoord: Die engelsen
Bezittelijk voornaamwoord: Onze engelsen
Wat rijmt er op engelsen
Buigings-e:
Mooi of mooie engelsen
Groot of grote engelsen
Half of halve engelsen
Grappig of grappige engelsen
Leeg of lege engelsen
leuk of leuke engelsen
Vet of vette engelsen
Snel of snelle engelsen
Wit of witte engelsen
Klein of kleine engelsen
Rood of rode engelsen
Dik of dikke engelsen
Oud of oude engelsen
Goed of goede engelsen
Wat rijmt er op engelsen
Elk of elke: Elke engelsen
Aanwijzend voornaamwoord: Die engelsen
Bezittelijk voornaamwoord: Onze engelsen
Wat rijmt er op engelsen
Oefening van de dag