De of het ezelsbruggetje?
Het ezelsbruggetje
Is het de of het ezelsbruggetje
In de Nederlandse taal gebruiken wij het ezelsbruggetje.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: mnemonic
Deutsch: mnemonisch | Bekijk of het der of die mnemonisch is.
Français: mnémonique | Bekijk of het Le o La mnémonique is.
Jou of jouw: jouw ezelsbruggetje
Buigings-e:
Mooi of mooie ezelsbruggetje
Groot of grote ezelsbruggetje
Half of halve ezelsbruggetje
Grappig of grappige ezelsbruggetje
Leeg of lege ezelsbruggetje
leuk of leuke ezelsbruggetje
Vet of vette ezelsbruggetje
Snel of snelle ezelsbruggetje
Wit of witte ezelsbruggetje
Klein of kleine ezelsbruggetje
Rood of rode ezelsbruggetje
Dik of dikke ezelsbruggetje
Oud of oude ezelsbruggetje
Goed of goede ezelsbruggetje
Wat rijmt er op ezelsbruggetje
Elk of elke: Elk ezelsbruggetje
Aanwijzend voornaamwoord: Dat ezelsbruggetje
Bezittelijk voornaamwoord: Ons ezelsbruggetje
Wat rijmt er op ezelsbruggetje
Buigings-e:
Mooi of mooie ezelsbruggetje
Groot of grote ezelsbruggetje
Half of halve ezelsbruggetje
Grappig of grappige ezelsbruggetje
Leeg of lege ezelsbruggetje
leuk of leuke ezelsbruggetje
Vet of vette ezelsbruggetje
Snel of snelle ezelsbruggetje
Wit of witte ezelsbruggetje
Klein of kleine ezelsbruggetje
Rood of rode ezelsbruggetje
Dik of dikke ezelsbruggetje
Oud of oude ezelsbruggetje
Goed of goede ezelsbruggetje
Wat rijmt er op ezelsbruggetje
Elk of elke: Elk ezelsbruggetje
Aanwijzend voornaamwoord: Dat ezelsbruggetje
Bezittelijk voornaamwoord: Ons ezelsbruggetje
Wat rijmt er op ezelsbruggetje
Oefening van de dag