De of het garagist?
De garagist
Is het de of het garagist
In de Nederlandse taal gebruiken wij de garagist.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: mechanic
Deutsch: Garagenbesitzer | Bekijk of het der of die Garagenbesitzer is.
Français: garagiste | Bekijk of het Le o La garagiste is.
Jou of jouw: jouw garagist
Buigings-e:
Mooi of mooie garagist
Groot of grote garagist
Half of halve garagist
Grappig of grappige garagist
Leeg of lege garagist
leuk of leuke garagist
Vet of vette garagist
Snel of snelle garagist
Wit of witte garagist
Klein of kleine garagist
Rood of rode garagist
Dik of dikke garagist
Oud of oude garagist
Goed of goede garagist
Wat rijmt er op garagist
Elk of elke: Elke garagist
Aanwijzend voornaamwoord: Die garagist
Bezittelijk voornaamwoord: Onze garagist
Wat rijmt er op garagist
Buigings-e:
Mooi of mooie garagist
Groot of grote garagist
Half of halve garagist
Grappig of grappige garagist
Leeg of lege garagist
leuk of leuke garagist
Vet of vette garagist
Snel of snelle garagist
Wit of witte garagist
Klein of kleine garagist
Rood of rode garagist
Dik of dikke garagist
Oud of oude garagist
Goed of goede garagist
Wat rijmt er op garagist
Elk of elke: Elke garagist
Aanwijzend voornaamwoord: Die garagist
Bezittelijk voornaamwoord: Onze garagist
Wat rijmt er op garagist
Oefening van de dag