De of het gemak?
Het gemak
Is het de of het gemak
In de Nederlandse taal gebruiken wij het gemak.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: ease
Deutsch: Leichtigkeit | Bekijk of het der of die Leichtigkeit is.
Français: facilité | Bekijk of het Le o La facilité is.
Jou of jouw: jouw gemak
Buigings-e:
Mooi of mooie gemak
Groot of grote gemak
Half of halve gemak
Grappig of grappige gemak
Leeg of lege gemak
leuk of leuke gemak
Vet of vette gemak
Snel of snelle gemak
Wit of witte gemak
Klein of kleine gemak
Rood of rode gemak
Dik of dikke gemak
Oud of oude gemak
Goed of goede gemak
Wat rijmt er op gemak
Elk of elke: Elk gemak
Aanwijzend voornaamwoord: Dat gemak
Bezittelijk voornaamwoord: Ons gemak
Wat rijmt er op gemak
bestelgemak - gebruikersgemak - reisgemak -
Buigings-e:
Mooi of mooie gemak
Groot of grote gemak
Half of halve gemak
Grappig of grappige gemak
Leeg of lege gemak
leuk of leuke gemak
Vet of vette gemak
Snel of snelle gemak
Wit of witte gemak
Klein of kleine gemak
Rood of rode gemak
Dik of dikke gemak
Oud of oude gemak
Goed of goede gemak
Wat rijmt er op gemak
Elk of elke: Elk gemak
Aanwijzend voornaamwoord: Dat gemak
Bezittelijk voornaamwoord: Ons gemak
Wat rijmt er op gemak
bestelgemak - gebruikersgemak - reisgemak -
Oefening van de dag