De of het glijbaan?
De glijbaan
Is het de of het glijbaan
In de Nederlandse taal gebruiken wij de glijbaan.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: slide
Deutsch: Dia | Bekijk of het der of die Dia is.
Français: diapositive | Bekijk of het Le o La diapositive is.
Jou of jouw: jouw glijbaan
Buigings-e:
Mooi of mooie glijbaan
Groot of grote glijbaan
Half of halve glijbaan
Grappig of grappige glijbaan
Leeg of lege glijbaan
leuk of leuke glijbaan
Vet of vette glijbaan
Snel of snelle glijbaan
Wit of witte glijbaan
Klein of kleine glijbaan
Rood of rode glijbaan
Dik of dikke glijbaan
Oud of oude glijbaan
Goed of goede glijbaan
Wat rijmt er op glijbaan
Elk of elke: Elke glijbaan
Aanwijzend voornaamwoord: Die glijbaan
Bezittelijk voornaamwoord: Onze glijbaan
Wat rijmt er op glijbaan
Buigings-e:
Mooi of mooie glijbaan
Groot of grote glijbaan
Half of halve glijbaan
Grappig of grappige glijbaan
Leeg of lege glijbaan
leuk of leuke glijbaan
Vet of vette glijbaan
Snel of snelle glijbaan
Wit of witte glijbaan
Klein of kleine glijbaan
Rood of rode glijbaan
Dik of dikke glijbaan
Oud of oude glijbaan
Goed of goede glijbaan
Wat rijmt er op glijbaan
Elk of elke: Elke glijbaan
Aanwijzend voornaamwoord: Die glijbaan
Bezittelijk voornaamwoord: Onze glijbaan
Wat rijmt er op glijbaan
Oefening van de dag