De of het goochelaar?
De goochelaar
Is het de of het goochelaar
In de Nederlandse taal gebruiken wij de goochelaar.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
Goochelaar is mannelijk
English: magician
Deutsch: Zauberer | Bekijk of het der of die Zauberer is.
Français: magicien | Bekijk of het Le o La magicien is.
Jou of jouw: jouw goochelaar
Buigings-e:
Mooi of mooie goochelaar
Groot of grote goochelaar
Half of halve goochelaar
Grappig of grappige goochelaar
Leeg of lege goochelaar
leuk of leuke goochelaar
Vet of vette goochelaar
Snel of snelle goochelaar
Wit of witte goochelaar
Klein of kleine goochelaar
Rood of rode goochelaar
Dik of dikke goochelaar
Oud of oude goochelaar
Goed of goede goochelaar
Wat rijmt er op goochelaar
Elk of elke: Elke goochelaar
Aanwijzend voornaamwoord: Die goochelaar
Bezittelijk voornaamwoord: Onze goochelaar
Wat rijmt er op goochelaar
Buigings-e:
Mooi of mooie goochelaar
Groot of grote goochelaar
Half of halve goochelaar
Grappig of grappige goochelaar
Leeg of lege goochelaar
leuk of leuke goochelaar
Vet of vette goochelaar
Snel of snelle goochelaar
Wit of witte goochelaar
Klein of kleine goochelaar
Rood of rode goochelaar
Dik of dikke goochelaar
Oud of oude goochelaar
Goed of goede goochelaar
Wat rijmt er op goochelaar
Elk of elke: Elke goochelaar
Aanwijzend voornaamwoord: Die goochelaar
Bezittelijk voornaamwoord: Onze goochelaar
Wat rijmt er op goochelaar
Oefening van de dag