De of het grootzeil?
Het grootzeil
Is het de of het grootzeil
In de Nederlandse taal gebruiken wij het grootzeil.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: mainsail
Deutsch: Großsegel | Bekijk of het der of die Großsegel is.
Français: grand-voile | Bekijk of het Le o La grand-voile is.
Jou of jouw: jouw grootzeil
Buigings-e:
Mooi of mooie grootzeil
Groot of grote grootzeil
Half of halve grootzeil
Grappig of grappige grootzeil
Leeg of lege grootzeil
leuk of leuke grootzeil
Vet of vette grootzeil
Snel of snelle grootzeil
Wit of witte grootzeil
Klein of kleine grootzeil
Rood of rode grootzeil
Dik of dikke grootzeil
Oud of oude grootzeil
Goed of goede grootzeil
Wat rijmt er op grootzeil
Elk of elke: Elk grootzeil
Aanwijzend voornaamwoord: Dat grootzeil
Bezittelijk voornaamwoord: Ons grootzeil
Wat rijmt er op grootzeil
Buigings-e:
Mooi of mooie grootzeil
Groot of grote grootzeil
Half of halve grootzeil
Grappig of grappige grootzeil
Leeg of lege grootzeil
leuk of leuke grootzeil
Vet of vette grootzeil
Snel of snelle grootzeil
Wit of witte grootzeil
Klein of kleine grootzeil
Rood of rode grootzeil
Dik of dikke grootzeil
Oud of oude grootzeil
Goed of goede grootzeil
Wat rijmt er op grootzeil
Elk of elke: Elk grootzeil
Aanwijzend voornaamwoord: Dat grootzeil
Bezittelijk voornaamwoord: Ons grootzeil
Wat rijmt er op grootzeil
Oefening van de dag