De of het leefmilieu?
Het leefmilieu
Is het de of het leefmilieu
In de Nederlandse taal gebruiken wij het leefmilieu.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: environment
Deutsch: Umgebung | Bekijk of het der of die Umgebung is.
Français: Environnement | Bekijk of het Le o La Environnement is.
Jou of jouw: jouw leefmilieu
Buigings-e:
Mooi of mooie leefmilieu
Groot of grote leefmilieu
Half of halve leefmilieu
Grappig of grappige leefmilieu
Leeg of lege leefmilieu
leuk of leuke leefmilieu
Vet of vette leefmilieu
Snel of snelle leefmilieu
Wit of witte leefmilieu
Klein of kleine leefmilieu
Rood of rode leefmilieu
Dik of dikke leefmilieu
Oud of oude leefmilieu
Goed of goede leefmilieu
Wat rijmt er op leefmilieu
Elk of elke: Elk leefmilieu
Aanwijzend voornaamwoord: Dat leefmilieu
Bezittelijk voornaamwoord: Ons leefmilieu
Wat rijmt er op leefmilieu
Buigings-e:
Mooi of mooie leefmilieu
Groot of grote leefmilieu
Half of halve leefmilieu
Grappig of grappige leefmilieu
Leeg of lege leefmilieu
leuk of leuke leefmilieu
Vet of vette leefmilieu
Snel of snelle leefmilieu
Wit of witte leefmilieu
Klein of kleine leefmilieu
Rood of rode leefmilieu
Dik of dikke leefmilieu
Oud of oude leefmilieu
Goed of goede leefmilieu
Wat rijmt er op leefmilieu
Elk of elke: Elk leefmilieu
Aanwijzend voornaamwoord: Dat leefmilieu
Bezittelijk voornaamwoord: Ons leefmilieu
Wat rijmt er op leefmilieu
Oefening van de dag