De of het mondstukje?
Het mondstukje
Is het de of het mondstukje
In de Nederlandse taal gebruiken wij het mondstukje.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: mouthpiece
Jou of jouw: jouw mondstukje
Buigings-e:
Mooi of mooie mondstukje
Groot of grote mondstukje
Half of halve mondstukje
Grappig of grappige mondstukje
Leeg of lege mondstukje
leuk of leuke mondstukje
Vet of vette mondstukje
Snel of snelle mondstukje
Wit of witte mondstukje
Klein of kleine mondstukje
Rood of rode mondstukje
Dik of dikke mondstukje
Oud of oude mondstukje
Goed of goede mondstukje
Wat rijmt er op mondstukje
Elk of elke: Elk mondstukje
Aanwijzend voornaamwoord: Dat mondstukje
Bezittelijk voornaamwoord: Ons mondstukje
Wat rijmt er op mondstukje
Buigings-e:
Mooi of mooie mondstukje
Groot of grote mondstukje
Half of halve mondstukje
Grappig of grappige mondstukje
Leeg of lege mondstukje
leuk of leuke mondstukje
Vet of vette mondstukje
Snel of snelle mondstukje
Wit of witte mondstukje
Klein of kleine mondstukje
Rood of rode mondstukje
Dik of dikke mondstukje
Oud of oude mondstukje
Goed of goede mondstukje
Wat rijmt er op mondstukje
Elk of elke: Elk mondstukje
Aanwijzend voornaamwoord: Dat mondstukje
Bezittelijk voornaamwoord: Ons mondstukje
Wat rijmt er op mondstukje
Oefening van de dag