De nedicijnlijst
Is het de of het nedicijnlijst
In de Nederlandse taal gebruiken wij de nedicijnlijst.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: drug list
Jou of jouw: jouw nedicijnlijst
Buigings-e:
Mooi of mooie nedicijnlijst
Groot of grote nedicijnlijst
Half of halve nedicijnlijst
Grappig of grappige nedicijnlijst
Leeg of lege nedicijnlijst
leuk of leuke nedicijnlijst
Vet of vette nedicijnlijst
Snel of snelle nedicijnlijst
Wit of witte nedicijnlijst
Klein of kleine nedicijnlijst
Rood of rode nedicijnlijst
Dik of dikke nedicijnlijst
Oud of oude nedicijnlijst
Goed of goede nedicijnlijst
Wat rijmt er op nedicijnlijst
Elk of elke: Elke nedicijnlijst
Aanwijzend voornaamwoord: Die nedicijnlijst
Bezittelijk voornaamwoord: Onze nedicijnlijst
Wat rijmt er op nedicijnlijst
Oefening van de dag