De of het ooglens?
De ooglens
Is het de of het ooglens
In de Nederlandse taal gebruiken wij de ooglens.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: eyepiece
Deutsch: Okular | Bekijk of het der of die Okular is.
Français: oculaire | Bekijk of het Le o La oculaire is.
Jou of jouw: jouw ooglens
Buigings-e:
Mooi of mooie ooglens
Groot of grote ooglens
Half of halve ooglens
Grappig of grappige ooglens
Leeg of lege ooglens
leuk of leuke ooglens
Vet of vette ooglens
Snel of snelle ooglens
Wit of witte ooglens
Klein of kleine ooglens
Rood of rode ooglens
Dik of dikke ooglens
Oud of oude ooglens
Goed of goede ooglens
Wat rijmt er op ooglens
Elk of elke: Elke ooglens
Aanwijzend voornaamwoord: Die ooglens
Bezittelijk voornaamwoord: Onze ooglens
Wat rijmt er op ooglens
visooglens -
Buigings-e:
Mooi of mooie ooglens
Groot of grote ooglens
Half of halve ooglens
Grappig of grappige ooglens
Leeg of lege ooglens
leuk of leuke ooglens
Vet of vette ooglens
Snel of snelle ooglens
Wit of witte ooglens
Klein of kleine ooglens
Rood of rode ooglens
Dik of dikke ooglens
Oud of oude ooglens
Goed of goede ooglens
Wat rijmt er op ooglens
Elk of elke: Elke ooglens
Aanwijzend voornaamwoord: Die ooglens
Bezittelijk voornaamwoord: Onze ooglens
Wat rijmt er op ooglens
visooglens -
Oefening van de dag