De of het orkestje?
Het orkestje
Is het de of het orkestje
In de Nederlandse taal gebruiken wij het orkestje.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: band
Jou of jouw: jouw orkestje
Buigings-e:
Mooi of mooie orkestje
Groot of grote orkestje
Half of halve orkestje
Grappig of grappige orkestje
Leeg of lege orkestje
leuk of leuke orkestje
Vet of vette orkestje
Snel of snelle orkestje
Wit of witte orkestje
Klein of kleine orkestje
Rood of rode orkestje
Dik of dikke orkestje
Oud of oude orkestje
Goed of goede orkestje
Wat rijmt er op orkestje
Elk of elke: Elk orkestje
Aanwijzend voornaamwoord: Dat orkestje
Bezittelijk voornaamwoord: Ons orkestje
Wat rijmt er op orkestje
Buigings-e:
Mooi of mooie orkestje
Groot of grote orkestje
Half of halve orkestje
Grappig of grappige orkestje
Leeg of lege orkestje
leuk of leuke orkestje
Vet of vette orkestje
Snel of snelle orkestje
Wit of witte orkestje
Klein of kleine orkestje
Rood of rode orkestje
Dik of dikke orkestje
Oud of oude orkestje
Goed of goede orkestje
Wat rijmt er op orkestje
Elk of elke: Elk orkestje
Aanwijzend voornaamwoord: Dat orkestje
Bezittelijk voornaamwoord: Ons orkestje
Wat rijmt er op orkestje
Oefening van de dag