Engelse woorden en Nederlandse lidwoorden

De Nederlandse taal ‘leent’ steeds buitenlandse woorden voor de eigen taal. De Nederlandse taal leent het woord überhaupt uit het Duits, logé uit het Frans en het woord computer uit het Engels? Maar welk lidwoord hoort nu bij zulke leenwoorden? Vandaag zal ik de lidwoordregels wat betreft Engelse leenwoorden uitleggen. 

Engelse lidwoorden krijgen vrijwel altijd het lidwoord ‘de’ toegewezen, tenzij er sprake is van een uitzondering. Bij het woord computer hoort altijd het lidwoord ‘de’. Heb je ooit iemand ‘het computer’ horen zeggen? Een voorbeeld van een uitzondering zijn werkwoorden. Bij infinitief-werkwoorden als shoppen en computeren, zal altijd ‘het shoppen’ en ‘het computeren’ worden gezegd. Ook woorden waarbij de vorm en betekenis van het Engelse leenwoord overlapt met het Nederlandse woorden, krijgen het lidwoord ‘het’ toebedeeld. Een voorbeeld is ‘het copyright’ (het kopierecht). Ook namen van talen (het Engels), namen van stof (het denim) en woorden die eindigen op –ment (vb. agreement) en –isme (vb. Boeddhisme), krijgen het lidwoord ‘het’ toebedeeld.

Er zijn ook woorden waar geen regels op van toepassing zijn. Voorbeelden zijn design, blog en display. Beide lidwoorden kunnen voor deze woorden gebruikt en het is dus je persoonlijke voorkeur welk lidwoord je zou gebruiken voor deze woorden.