De of het passeermonopolie?
De passeermonopolie
Is het de of het passeermonopolie
In de Nederlandse taal gebruiken wij de passeermonopolie.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: passing monopoly
Jou of jouw: jouw passeermonopolie
Buigings-e:
Mooi of mooie passeermonopolie
Groot of grote passeermonopolie
Half of halve passeermonopolie
Grappig of grappige passeermonopolie
Leeg of lege passeermonopolie
leuk of leuke passeermonopolie
Vet of vette passeermonopolie
Snel of snelle passeermonopolie
Wit of witte passeermonopolie
Klein of kleine passeermonopolie
Rood of rode passeermonopolie
Dik of dikke passeermonopolie
Oud of oude passeermonopolie
Goed of goede passeermonopolie
Wat rijmt er op passeermonopolie
Elk of elke: Elke passeermonopolie
Aanwijzend voornaamwoord: Die passeermonopolie
Bezittelijk voornaamwoord: Onze passeermonopolie
Wat rijmt er op passeermonopolie
Buigings-e:
Mooi of mooie passeermonopolie
Groot of grote passeermonopolie
Half of halve passeermonopolie
Grappig of grappige passeermonopolie
Leeg of lege passeermonopolie
leuk of leuke passeermonopolie
Vet of vette passeermonopolie
Snel of snelle passeermonopolie
Wit of witte passeermonopolie
Klein of kleine passeermonopolie
Rood of rode passeermonopolie
Dik of dikke passeermonopolie
Oud of oude passeermonopolie
Goed of goede passeermonopolie
Wat rijmt er op passeermonopolie
Elk of elke: Elke passeermonopolie
Aanwijzend voornaamwoord: Die passeermonopolie
Bezittelijk voornaamwoord: Onze passeermonopolie
Wat rijmt er op passeermonopolie
Oefening van de dag