De of het schaatsen?
De schaatsen
Is het de of het schaatsen
In de Nederlandse taal gebruiken wij de schaatsen.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: skate
Deutsch: eislaufen | Bekijk of het der of die eislaufen is.
Français: patinage sur glace | Bekijk of het Le o La patinage sur glace is.
Jou of jouw: jouw schaatsen
Buigings-e:
Mooi of mooie schaatsen
Groot of grote schaatsen
Half of halve schaatsen
Grappig of grappige schaatsen
Leeg of lege schaatsen
leuk of leuke schaatsen
Vet of vette schaatsen
Snel of snelle schaatsen
Wit of witte schaatsen
Klein of kleine schaatsen
Rood of rode schaatsen
Dik of dikke schaatsen
Oud of oude schaatsen
Goed of goede schaatsen
Wat rijmt er op schaatsen
Elk of elke: Elke schaatsen
Aanwijzend voornaamwoord: Die schaatsen
Bezittelijk voornaamwoord: Onze schaatsen
Wat rijmt er op schaatsen
Buigings-e:
Mooi of mooie schaatsen
Groot of grote schaatsen
Half of halve schaatsen
Grappig of grappige schaatsen
Leeg of lege schaatsen
leuk of leuke schaatsen
Vet of vette schaatsen
Snel of snelle schaatsen
Wit of witte schaatsen
Klein of kleine schaatsen
Rood of rode schaatsen
Dik of dikke schaatsen
Oud of oude schaatsen
Goed of goede schaatsen
Wat rijmt er op schaatsen
Elk of elke: Elke schaatsen
Aanwijzend voornaamwoord: Die schaatsen
Bezittelijk voornaamwoord: Onze schaatsen
Wat rijmt er op schaatsen
Oefening van de dag



