De of het slager?
De slager
Is het de of het slager
In de Nederlandse taal gebruiken wij de slager.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
Slager is mannelijk
English: butcher
Deutsch: metzgerei | Bekijk of het der of die metzgerei is.
Français: boucherie | Bekijk of het Le o La boucherie is.
Jou of jouw: jouw slager
Buigings-e:
Mooi of mooie slager
Groot of grote slager
Half of halve slager
Grappig of grappige slager
Leeg of lege slager
leuk of leuke slager
Vet of vette slager
Snel of snelle slager
Wit of witte slager
Klein of kleine slager
Rood of rode slager
Dik of dikke slager
Oud of oude slager
Goed of goede slager
Wat rijmt er op slager
Elk of elke: Elke slager
Aanwijzend voornaamwoord: Die slager
Bezittelijk voornaamwoord: Onze slager
Wat rijmt er op slager
Buigings-e:
Mooi of mooie slager
Groot of grote slager
Half of halve slager
Grappig of grappige slager
Leeg of lege slager
leuk of leuke slager
Vet of vette slager
Snel of snelle slager
Wit of witte slager
Klein of kleine slager
Rood of rode slager
Dik of dikke slager
Oud of oude slager
Goed of goede slager
Wat rijmt er op slager
Elk of elke: Elke slager
Aanwijzend voornaamwoord: Die slager
Bezittelijk voornaamwoord: Onze slager
Wat rijmt er op slager
Oefening van de dag