De of het halfjaar?
Het halfjaar
Is het de of het halfjaar
In de Nederlandse taal gebruiken wij het halfjaar.

Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: half-year
Deutsch: halbjahr | Bekijk of het der of die halbjahr is.
Français: semestre | Bekijk of het Le o La semestre is.
Jou of jouw: jouw halfjaar
Buigings-e:
Mooi of mooie halfjaar
Groot of grote halfjaar
Half of halve halfjaar
Grappig of grappige halfjaar
Leeg of lege halfjaar
leuk of leuke halfjaar
Vet of vette halfjaar
Snel of snelle halfjaar
Wit of witte halfjaar
Klein of kleine halfjaar
Rood of rode halfjaar
Dik of dikke halfjaar
Oud of oude halfjaar
Goed of goede halfjaar
Wat rijmt er op halfjaar
Elk of elke: Elk halfjaar
Aanwijzend voornaamwoord: Dat halfjaar
Bezittelijk voornaamwoord: Ons halfjaar
Wat rijmt er op halfjaar
zomerhalfjaar - winterhalfjaar -
Buigings-e:
Mooi of mooie halfjaar
Groot of grote halfjaar
Half of halve halfjaar
Grappig of grappige halfjaar
Leeg of lege halfjaar
leuk of leuke halfjaar
Vet of vette halfjaar
Snel of snelle halfjaar
Wit of witte halfjaar
Klein of kleine halfjaar
Rood of rode halfjaar
Dik of dikke halfjaar
Oud of oude halfjaar
Goed of goede halfjaar
Wat rijmt er op halfjaar
Elk of elke: Elk halfjaar
Aanwijzend voornaamwoord: Dat halfjaar
Bezittelijk voornaamwoord: Ons halfjaar
Wat rijmt er op halfjaar
zomerhalfjaar - winterhalfjaar -
Oefening van de dag